Ik hoor er niet bij.... en misschien is dat helemaal oke

04-10-2026

"Ik hoor er niet bij."

Een zin die ik mezelf als kind zo vaak heb horen zeggen. Toen nog met een heel bittere nasmaak.

Ik was altijd twee koppen groter dan de anderen. Ik mocht niet meespelen met haasje-over, tenzij ik de bok was. Ik heb me heel vaak heel eenzaam gevoeld als kind. Ik voelde me ook heel vaak niet begrepen.

"Jij bent een rare."

Pfff… hoe vaak heb ik dat zinnetje niet gehoord in mijn jeugd?

Ik was meer gefocust op dieren dan op mensen. Maar ergens was dat ook niet zo vreemd. Ik werd gepest, dus waarom zou ik mensen nog vertrouwen? Dieren waren gemakkelijker. Die hadden geen mening over hoe ik eruitzag, hoe groot ik was of dat ik te stil was. Bij hen hoefde ik niet mijn best te doen om erbij te horen.

Dat gevoel van er niet bij te horen heeft rond mijn puberteit geleid tot een grote mond en behoorlijk wat stoerdoenerij, iets wat ik van nature totaal niet in mij had. Ik was een verlegen, stil, introvert meisje. Als je mij kent, zul je nu waarschijnlijk even grote ogen trekken, maar ja… het was echt zo!

Mijn moeder had dan ook nog eens het geweldige idee om mij naar de kapper te sturen voor een broske, met als gevolg dat ik er meer uitzag als een jongen dan als een meisje. Dat zette mijn grote mond en mijn stoere imago alleen nog maar meer kracht bij.

Iedereen van mijn vriendinnen had op een bepaald moment een vriendje. Ik niet. Ik hoorde daar niet bij. Ik was de rare.

Ik heb tot ongeveer mijn dertigste geprobeerd om ergens bij te horen, maar echt gelukt is dat nooit.

Op één plek na.

In Venezuela hoorde ik er wél bij. Daar was ik deel van de familie, van de vrienden, van de bende.
Hoe gek is dat nu?
Daar waar ik bij iedereen bovenuit stak, blank en blond was en in het begin zelfs de taal niet kende, daar voelde ik mij thuis. Daar waar mijn uiterlijk totaal niet paste bij de mensen rondom mij, voelde ik mij geliefd en aanvaard om wie ik was.

Hoe contradictorisch kan het leven zijn?

Misschien heb ik daar voor het eerst gevoeld dat ergens bij horen helemaal niets te maken heeft met hetzelfde zijn als de rest. Je kunt uiterlijk totaal verschillend zijn en je toch verbonden voelen. En je kunt tussen mensen staan die uiterlijk veel meer op jou lijken en je toch ontzettend alleen voelen.

Ook later bleef dat gevoel van "anders zijn" terugkomen. Bij de politie had ik bijvoorbeeld een bemiddelende functie, waardoor sommigen mij snel als een softie zagen. En ergens begrijp ik dat ook wel. Je kunt heel ver gaan bij mij. Volgens sommigen zelfs té ver. Maar er komt een punt waarop mijn grens bereikt is. En wanneer die grens écht overschreden wordt, is er voor mij vaak geen weg meer terug. Daar heb ik echt geleerd om voor mezelf én voor de zwakkere op te komen.

Eigenlijk herken ik daar vandaag heel erg de zwaan in.
Een zwaan zwemt rustig verder. Hij hoeft niet voortdurend te laten zien hoe sterk hij is. Maar wanneer het nodig is, verdedigt hij zichzelf. Hij maakt zich groot en trekt zijn grens.
Zo werkt het bij mij ook. Ik kan heel lang observeren, proberen te begrijpen, bemiddelen en kansen geven. Maar wanneer het genoeg is, is het genoeg.

Tot op de dag van vandaag heb ik nog steeds geen groep zwanen gevonden waarbij ik het gevoel heb: hier hoor ik helemaal thuis. Uit gewoonte verblijf ik nog vaak tussen de eenden, omdat ik dat al heel mijn leven gewend ben.

En soms ben ik ontzettend blij wanneer ik tijdens mijn vlucht of ergens op de vijver een andere zwaan tegenkom. Soms zwemmen we een tijdje samen. Soms is er alleen even die herkenning en vliegen onze wegen daarna opnieuw uit elkaar.

En nee, daarmee wil ik absoluut niet zeggen dat ik beter ben dan iemand anders.
Een zwaan is niet beter dan een eend en een eend is niet minder dan een zwaan. Ze zijn gewoon anders gebouwd. Ze bewegen anders, reageren anders en gedragen zich anders.

Misschien heb ik alleen veel te lang geprobeerd te begrijpen waarom ik niet kon zwemmen zoals de eenden rondom mij. Ik heb zo lang geprobeerd om mij te 'vermommen' als een eend, maar je begrijpt dat ik al heel snel uit mijn rol viel.

Vroeger zag ik mezelf als het lelijke eendje.
Vandaag besef ik dat ik misschien nooit het lelijke eendje geweest ben.
Misschien was ik gewoon een zwaan die probeerde te begrijpen waarom ze niet tussen de eenden paste.

Een zwaan heeft een lange nek en kan daarmee veel dieper onder het wateroppervlak reiken. Dat herken ik ook in mezelf. Ik wil diep gaan. Ik wil weten wat er achter gedrag zit. Ik wil voorbij het masker kijken en voelen wat iemand niet zegt. Dat is uiteindelijk ook wat ik vandaag in mijn werk doe.

En ja, ook een zwaan heeft kanten die minder mooi zijn. Als ik mij bedreigd voel, zal ik mezelf verdedigen. Soms zal ik mezelf groter maken en imponeren met mijn kennis.
Een zwaan is ook sterk gericht op haar partner en gezin, terwijl eenden zich vaker in grotere groepen bewegen. Ook daarin herken ik mezelf.
Maar in plaats van mezelf daarvoor af te straffen, probeer ik te begrijpen waar het vandaan komt. Ik wil vooral trouw blijven aan mijn waarden en normen, ook wanneer dat betekent dat ik niet bij de groep hoor.

En toch blijft die behoefte bestaan.
In mijn geval is dat niet per se de behoefte om bij een groep te horen. Het is vooral de behoefte om gezien te worden voor wie ik werkelijk ben. Om begrepen te worden. En ook dat is menselijk.
We willen gezien worden, gehoord worden, geliefd worden. We willen kunnen zeggen: "Dit zijn mijn mensen. Hier ben ik thuis."
Wanneer we dat niet voelen, kan er een enorme leegte ontstaan. En zoals met zoveel leegtes proberen we die vaak door anderen te laten opvullen.
Als ik maar de juiste vrienden vind. Als ik maar een partner heb. Als deze mensen mij maar leuk vinden. Als ik maar in die groep opgenomen word. Als ik maar genoeg mijn best doe. En vooral: als ik er maar uitzie zoals hen…
Dan zal ik mij eindelijk goed genoeg voelen.
En net daar zit voor mij de grote boze wolf op je te wachten.
Want wanneer jij anderen nodig hebt om jou het gevoel te geven dat je goed genoeg bent, geef je hen ook de macht om te bepalen wanneer jij goed genoeg bent.

En mensen hebben altijd wel een mening.
Over je uiterlijk. Je gewicht. Je kleding. Je gedrag. Je werk. Je relatie. Je keuzes. Je spiritualiteit.
Je bent te luid of te stil. Te gevoelig of te hard. Te aanwezig. Te direct. Te zweverig. Te koppig. Te veel. Te weinig.
Er is altijd wel iets.

Als je jezelf iedere keer opnieuw in bochten wringt om te voldoen aan wat anderen van jou verwachten, kun je uiteindelijk misschien wel zeggen dat je "erbij hoort"…
Maar wie is die persoon dan nog die erbij hoort?
Misschien is dat nog veel eenzamer dan alleen zijn: jezelf volledig verliezen terwijl je omringd bent door mensen.

Ik zie dat vandaag soms gebeuren. Mensen die zo hard pleasen en zich aanpassen om maar bij een bepaalde groep te blijven horen dat ze zichzelf ergens onderweg zijn kwijtgeraakt.
En soms denk ik: volgens mij ben jij ook een zwaan die al jaren probeert te zwemmen als een eend.
Niet omdat ik beter weet wie iemand anders is, maar omdat ik het herken.
Ik heb het zelf jarenlang gedaan.

Dus zwem ik tegenwoordig rustig verder op mijn vijver. Soms neem ik het spektakel vanop een afstand waar en ben ik geamuseerd door alles wat ik zie gebeuren. Soms voel ik ook nog die eenzaamheid.
En ook dat is oké.
Want net door alleen te durven zijn, heb ik mijn eigen gezelschap leren appreciëren.
Ik wil nog altijd verbinding. Ik wil nog altijd andere zwanen ontmoeten. Ik wil nog altijd liefhebben en geliefd worden. Alleen verwacht ik niet meer dat iemand anders die leegte in mij volledig moet opvullen.

Want zoals alle leegtes begint ook deze bij jezelf.

Spiritualiteit is trouwens al heel mijn leven een rode draad en een houvast geweest. Alleen noemde ik het vroeger zo nog niet. Ik zweeg er zelfs over, want ja… ik was al "raar". Ik hoefde de mensen nu ook weer geen extra munitie te geven. 😉

Vandaag doe ik dat niet meer. Ik heb geleerd om te aanvaarden dat ik er niet altijd bij hoor. Sterker nog: ik hoef niet overal bij te horen.

Ergens bij horen is prachtig, maar niet wanneer de toegangsprijs jezelf is.
En misschien is dat uiteindelijk waar mijn verhaal over het lelijke eendje voor mij over gaat.
Niet over veranderen in een prachtige zwaan zodat iedereen je eindelijk bewondert. Ook niet over beter, groter of specialer zijn dan de eenden rondom jou. Het gaat over het moment waarop je stopt met geloven dat er iets mis met je is omdat je anders bent.

Dat is ook één van de dingen waar we in mijn trajecten mee aan de slag gaan. Jezelf leren aanvaarden voor wie je bent. Herkennen welke maskers je bent gaan dragen om liefde of goedkeuring te krijgen. Grenzen leren trekken waar dat nodig is. Trouw blijven aan jouw waarden en normen. En stukje bij beetje stoppen met de leegtes in jezelf door anderen te laten opvullen.

Misschien heb jij je ook heel je leven het lelijke eendje gevoeld.
Misschien heb je ook vaak gedacht: "Waarom kan ik niet gewoon zijn zoals de rest?"
Dan wil ik je één vraag meegeven:

Wie ben jij wanneer je niet langer probeert te zijn wie anderen vinden dat je moet zijn?

Misschien was je nooit het lelijke eendje. Misschien zwom je gewoon al die tijd in een vijver waarin je dacht dat je een eend moest zijn. En misschien gaat het uiteindelijk niet eens over het vinden van een vijver vol zwanen.

Misschien gaat het erom dat je eindelijk thuiskomt bij jezelf. 🦢

Share